Verder van huis

In mijn lagere-school-tijd moest ik lopend naar school. Vier keer per dag een flink eind lopen. Ik heb het even opgezocht, de afstand bedroeg slechts 1200 meter. Goed, ik was toen kleiner en de wereld leek een stuk groter. Op het moment dat ik het schoolplein verliet wist ik, hemelsbreed gezien, vrij aardig waar mijn huis lag. Ik wilde die rechte-lijn-naar-huis-dwars-door-alles-heen zo strak mogelijk volgen. Helaas stond er altijd wel ergens een huizenblok in de weg, dus was ik genoodzaakt de gebaande paden te volgen. Stoepen leidden me langs straten, die ik uit puur winstbejag zo schuin mogelijk overstak. Waar het kon, nam ik het brandgangetje. En zo zigzagde ik vier maal per dag door mijn dorp van school naar huis en vice versa.

in het kort:
– er zijn vaak meerdere routes van A naar B, die alle ongeveer even lang zijn
– je voorkeursroute voelt comfortabel, een alternatieve route kan onbehaaglijk voelen
– dat onbehagen heeft een oorzaak die je kan uitrekenen en uitdrukken in een getal!

Ons pap, de nuchterheid zelve, vertelde mij op een dag dat het voor de afstand en dus de looptijd niet uitmaakt of je nu zigzaggend tussen de huizen door loopt of dat je buitenom de huizen heen loopt. Zie de schets hieronder. Dat klonk logisch, maar voelde toch anders. Toen ik een keer in één van de brandgangetjes op mijn oog gestompt werd door een rotjong met territoriumdrang heb ik de zigzagroute een tijdje vermeden (een superheld zal ik wel nooit worden). En wat bleek: de buitenom route was inderdaad net zo snel als de zigzagroute. Toch knaagde er een onbehaaglijk gevoel in mijn buik, elke keer als ik de buitenom route nam. Het voelde steeds alsof ik met een omweg liep, alsof ik verder van huis verwijderd was dan nodig.

 

Ik fiets de laatste tijd met behoorlijke regelmaat naar mijn werk en ook vandaag de dag houdt mij de vraag bezig hoe ik zo dicht mogelijk bij de hemelsbrede lijn tussen huis en werk kan blijven. Ik heb diverse routes geprobeerd en qua afstand verschillen die niet veel van elkaar. Toch is er maar één route die het fijnste aanvoelt en rest voelt onbehaaglijk. Niet geheel onwillekeurig moest ik op een keer terugdenken aan vroeger en aan de opmerking van ons pap. Hoe kan het dat voor zo iets simpels ratio en gevoel niet op een lijn liggen? Op een helder moment viel bij mij het kwartje. En nu komt het: Dat gevoel van onbehagen is uit te rekenen!

Stel ik loop beide routes zoals in de schets, ieder 1200 meter lang. Bij elke stap bepaal ik hoe ver ik van huis verwijderd ben, hemelsbreed gemeten. Dat is met Pythagoras eenvoudig uit te rekenen. Als ik voor beide routes bij elke stap in een grafiek een puntje zet dat aangeeft hoe ver ik van huis verwijderd ben, dan krijg je de grafiek zoals weergegeven. Wat blijkt: de gemiddelde afstand tot aan huis is bij de buitenom route maar liefst 15,5% groter dan bij de zigzag route!

Dat voelde ik als jongentje dus behoorlijk goed aan.

(dit artikel is 52 keer gelezen, waarvan 1 keer vandaag)

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.